Home / Ondernemerstips / Het net rond Hollands Diep loopt vol, zo blijven regionale MKB’ers vooruit

Het net rond Hollands Diep loopt vol, zo blijven regionale MKB’ers vooruit

Het net rond Hollands Diep loopt vol, zo blijven regionale MKB'ers vooruit

Op papier is het simpel: een ondernemer die wil uitbreiden, vraagt een zwaardere aansluiting aan en krijgt die binnen enkele maanden. In de praktijk weet iedere ondernemer in de driehoek Dordrecht – Zwijndrecht – Hoogvliet beter. De netbeheerder heeft een wachtlijst, de termijnen lopen op, en het moment dat je écht extra vermogen nodig hebt, valt zelden samen met het moment dat het beschikbaar komt. Wat nu? Dit artikel volgt de ondernemers die ophielden met wachten en begonnen met sturen. Wat ze deden, waarom het werkt, en wat het voor de regio betekent als steeds meer bedrijven deze beweging maken.

Een regio die opvallend hard groeit op een net dat niet meer meegroeit

Het gebied rond Hollands Diep heeft de afgelopen jaren een groeispurt doorgemaakt. Logistieke knooppunten zijn uitgebreid, koel- en vriesopslag is sterk gegroeid door de doorvoer richting Rotterdam, en de maakindustrie heeft fors geïnvesteerd in elektrificatie. Stuk voor stuk goed nieuws, behalve voor het lokale stroomnet.

De netbeheerder heeft de afgelopen jaren keihard geïnvesteerd, maar de fysieke werkelijkheid is dat hoogspanningsstations niet in een paar maanden uit de grond verrijzen. Een verzwaringstraject van vier tot zes jaar is op dit moment eerder regel dan uitzondering. Voor een familiebedrijf met een orderboek dat over twaalf maanden vraagt om dubbele productiecapaciteit, is dat een onhoudbare planningshorizon.

De vraag is dus niet of de regio doorgroeit. De vraag is hoe ondernemers die groei realiseren binnen de capaciteit die er nu fysiek beschikbaar is. En daar komt een woord in beeld dat tot drie jaar geleden vooral op industriële conferenties opdook: Peak Shaving. Vandaag is het een term die binnen MKB-bedrijven aan de keukentafel valt.

Pieken zijn het probleem. Niet je gemiddelde verbruik

Er is een misverstand dat hardnekkig blijft. Veel ondernemers denken dat hun aansluiting vol zit omdat hun gemiddelde verbruik te hoog is. In werkelijkheid gaat het bijna nooit om het gemiddelde. Het gaat om de pieken.

Een metaalbewerkingsbedrijf in Sliedrecht analyseerde recent zijn jaarverbruik en ontdekte dat zijn aansluiting jaarlijks slechts 270 uur écht zwaar belast werd, minder dan 4% van de tijd. De rest van het jaar zat hij ruim binnen zijn capaciteit. Toch dwongen die 270 uur hem in de richting van een verzwaringsverzoek.

Dat is de definitie van het probleem dat peak shaving oplost. In plaats van te investeren in extra netcapaciteit voor 4% van de tijd, plaats je een batterij die exact die pieken opvangt. De rest van het jaar is de batterij beschikbaar voor andere taken: prijsoptimalisatie, back-up, of het bufferen van zonne-overschotten. Je betaalt één keer voor capaciteit en gebruikt die op meerdere manieren.

De wiskunde is hierbij relatief duidelijk. Wie weet hoeveel kW hij maximaal nodig heeft, hoeveel kWh hij in zijn zwaarste piekuur verbruikt, en hoe vaak die piek voorkomt, kan vrij precies berekenen welke batterijgrootte zijn aansluiting binnen de bestaande capaciteit houdt.

Wat een EMS doet wat een batterij alleen niet doet

Een batterij is hardware. Een opslagcontainer met cellen, omvormers en een aansluiting. Wat hem nuttig maakt, is dat hij weet wanneer hij moet laden, wanneer hij moet ontladen, en hoe hij zich verhoudt tot de rest van je elektrische infrastructuur. Dat denkwerk wordt gedaan door een EMS.

Een goed EMS doet drie dingen tegelijk. Het bewaakt continu de aansluitingscapaciteit en grijpt automatisch in voordat een piek ontstaat. Het kijkt naar prijssignalen, zowel van de leverancier als van flexibiliteitsmarkten, om opladingen en ontladingen op de meest lucratieve momenten te plannen. En het houdt rekening met operationele beperkingen: een batterij die op een bepaald moment leeg is omdat hij prijsgestuurd is ontladen, is niet beschikbaar voor peak shaving wanneer dat nodig is.

Die afweging is geen nice-to-have. Voor regionale MKB’ers met krappe marges bepaalt het verschil tussen een EMS dat alle parameters tegelijk kan jongleren, en een eenvoudig regelsysteem dat slechts één strategie tegelijk uitvoert, of de business case sluit of niet. Een goed EMS rekent meerdere strategieën door en kiest per kwartier de meest waardevolle.

Voor de ondernemer betekent dit dat de batterij niet langer een passief stuk metaal op het terrein is, maar een actief bedrijfsmiddel dat continu probeert de meest economische beslissing te nemen. Dat verandert de manier waarop je over je energiehuishouding nadenkt.

Drie regionale voorbeelden, drie patronen

Een koel- en vriesopslag in de Hoeksche Waard installeerde vorig jaar een batterij om zijn aansluiting binnen de bestaande capaciteit te houden. Het effect was directer dan verwacht: niet alleen werd verzwaring uitgesteld, maar de combinatie met dynamische tarieven leverde extra besparing op het maandelijkse verbruik op. De terugverdientijd kwam uit op ruim onder de zes jaar.

Een logistiek bedrijf bij Moerdijk gebruikt zijn batterij vooral als buffer voor het laden van een groeiend elektrisch wagenpark. De aansluiting is identiek aan twee jaar geleden, maar de hoeveelheid voertuigen die er overdag op laden is verdrievoudigd. Zonder batterij was dat fysiek niet mogelijk geweest.

Een meubelmaker in Strijen heeft zijn batterij gekoppeld aan een uitgebreide PV-installatie. Op zomerdagen wekt hij meer op dan hij gebruikt. De batterij neemt het overschot op en geeft het ’s avonds en ’s nachts weer af. Wat voorheen tegen een laag tarief op het net verdween, blijft nu binnen het bedrijf en verlaagt structureel de inkoopkosten.

De regio verandert sneller dan de cijfers laten zien

Wat al deze voorbeelden gemeen hebben, is dat ze niet wachten op een infrastructuurproject dat over vier of zes jaar wordt opgeleverd. Ze regelen het zelf, op het terrein, met technologie die vandaag al volwassen is. De optelsom is dat de regio Hollands Diep zijn energievoetafdruk slimmer indeelt dan de groei op het net suggereert.

Voor ondernemers die nog op de wachtlijst staan, is dit het moment om de eigen rekensom te maken. Niet omdat batterijopslag voor iedereen de oplossing is, soms is het dat niet. Maar omdat het uitstellen van de analyse meestal duurder uitpakt dan het uitvoeren ervan. De investering die over twee jaar moet gebeuren, is over twee jaar zelden goedkoper dan nu, en de wachtlijst is dan niet korter geworden. Wie als eerste handelt, zit het rustigst in de rest van zijn cyclus.

De Drechtsteden-context: waarom dit hier extra goed werkt

De regio Hollands Diep en Drechtsteden heeft een energieprofiel dat zich opvallend goed leent voor batterijopslag. Een mix van maakindustrie, scheepvaartdienstverlening, logistiek rond de havens en een groeiende hoeveelheid laadinfrastructuur betekent dat veel bedrijven hier kampen met de combinatie van pieken en variabel verbruik. Precies het profiel waar peak shaving het meest oplevert.

Daar komt bij dat Stedin op de Zuid-Hollandse delta-as inmiddels openlijk communiceert over capaciteitsknelpunten. Bedrijven die uitbreidingen overwegen op industrieterreinen rond Dordrecht, Zwijndrecht en Sliedrecht lopen tegen wachttijden aan voor zwaardere aansluitingen. Wie de bestaande aansluiting beter benut via batterijopslag, omzeilt een deel van die wachtrij en kan zijn groeiplannen toch realiseren.

Een derde regiokenmerk: de Drechtsteden-economie kent veel familiebedrijven die over meerdere generaties beslissingen nemen. Dat soort bedrijven kijkt minder naar de terugverdientijd van vier jaar en meer naar wat er over vijftien jaar nog staat. Voor die mentaliteit past een infrastructuurinvestering die het bedrijf onafhankelijker maakt en operationeel weerbaarder.

Tot slot een praktisch punt voor de regio: enkele aanbieders, waaronder gespecialiseerde Nederlandse partijen, leveren binnen Zuid-Holland aan met aanmerkelijk kortere doorlooptijden dan in afgelegen regio’s. Wat in Limburg of Drenthe een installatieproject van zes maanden is, kan op Drechtsteden-schaal in twaalf à zestien weken rond zijn. Dat is een planning die past binnen een normaal bedrijfsplan.

Tot slot: Hollands Diep als blueprint voor de Nederlandse industrie

Wat in de regio Hollands Diep en Drechtsteden de komende jaren gebeurt, is in zekere zin een blueprint voor wat er in de bredere Nederlandse maakindustrie staat te gebeuren. De combinatie van industriële tradities, moderne capaciteitsvraag, netcongestie en ondernemerszin maakt deze regio tot een natuurlijk laboratorium voor de energietransitie aan de bedrijfskant.

Voor regionale ondernemers is dat geen abstractie. Het betekent dat collega-bedrijven in dezelfde gemeente, vaak in dezelfde straat, op dit moment beslissingen nemen die op termijn het verschil zullen maken tussen wie meegroeit met de markt en wie achterblijft. Wie nu in gesprek gaat met zijn buren in dezelfde sector, ontdekt vaak tot zijn verrassing hoeveel concrete stappen er al worden gezet, en hoe weinig ruimte er is om de keuze nog twee à drie jaar uit te stellen zonder daar zichtbaar verlies van te hebben. Het Drechtsteden-momentum is gunstig; het is aan de individuele ondernemer om er gebruik van te maken.

In de regio Hollands Diep zien we bovendien een specifiek patroon: bedrijven op industrieterreinen langs de A16 en A17 delen vaak dezelfde transformator, en wanneer één bedrijf groeit drukt dat de capaciteit voor de buurman. Een batterijsysteem zorgt ervoor dat een ondernemer zijn eigen pieken absorbeert in plaats van ze door te schuiven naar het collectieve net. Dat is geen technisch detail. Het bepaalt of de buurbedrijven over twee jaar nog kunnen uitbreiden. Regionale ondernemersverenigingen die dit vroeg adresseren, voorkomen dat hun leden tegen elkaar moeten concurreren om dezelfde schaarse netcapaciteit. Wie het eerst beweegt, beweegt vaak ook het goedkoopst, en behoudt de regie over zijn eigen groeiplan.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *